Meer over ons

Wij zijn actiever op Facebook. U vindt ons ook op Twitter.

Frans Drijvers

Op het pleintje naast het gemeentehuis van Rotselaar staat een standbeeld van Frans Drijvers. Het pleintje is ook naar hem genoemd. Soms wordt ons gevraagd wie dat eigenlijk was. Het was een katholieke priester, die dik honderd jaar geleden stierf. Hij schreef ook veel. Vooral over de thema's die de socialisten nauw aan het hart lagen, zoals het algemeen stemrecht, het minimumloon, de werkdag van acht uren, het gemeenschapsonderwijs, een verbod op kinderarbeid, de scheiding tussen kerk en staat, de bezwaren tegen de slavernij in Congo, .... Frans was daar geen onvoorwaardelijke fan van, om het zacht uit te drukken. Zijn meningen ventileerde hij in zijn publicaties in onder meer Belfort en Dietsche Warande, die terug te vinden zijn op de digitale bibliohteek voor de Nederlandse letteren.

Enkele voorproefjes:

Over de slavernij in Congo onder koning Leopold: “Heden, in een meer gevorderden staat van beschaving, zijn die karweien en vroondiensten veelal vervangen door belastingen in geld, waarmee dan de overheid de openbare werken zal doen uitvoeren; - maar ga nu eens geld vragen aan de Congoleezen! Hoe kunnen deze anders hunne schuld jegens het gemeenebest betalen dan met te werken? Zij kunnen toch geen geld van hun blooten rug snijden. En al zouden zij nog hunne Staatskas kunnen voorzien, door welke arbeiders zou de Staat de werken van algemeen nut kunnen doen verrichten, indien de zwarten zelven niet werken willen? Daar juist nu ligt de knoop, de groote moeilijkheid voor den Congostaat: zonder werk van wege de inboorlingen is in Congo noch beschaving noch Staatsinrichting mogelijk, en helaas! de zwarten werken niet gaarne.

Over het algemeen stemrecht: “Wij daartegen aanveerden geenszins het stemrecht als een natuurlijk recht; maar wij zijn het gansch eens met St Augustinus, die zegt: ‘Is een volk volkomen bezadigd, ernstig en aan het algemeen welzijn verknocht, zoo zal men wel doen, door eene wet aan dit volk toe te laten, zijne wethouders en de beheerders van het gemeenebest te kiezen. Maar is het volk aan 't bederven, heeft het zijne stemmen veil en stelt het de macht in zedelooze en misdadige handen, dan moet men aan het volk de macht onttrekken van over de eereambten te beschikken en die macht aan een klein getal brave menschen overlaten. (…) Indien hier het spreekwoord geldt dat zegt: ‘het getal der zotten is oneindig’ dan is het algemeen stemrecht de regeering der dwaasheid.

Over gemeenschapsonderwijs: “Men vergete echter niet dat God de zedelijke opvoeding der volkeren aan de H. Kerk toevertrouwd heeft. Ziehier dus hoe die opvoeding moet gebeuren: de ouders moeten, van de vroegste jaren. aan hun kind met de eerste verstandelijke, ook de eerste godsdienstige en zedelijke begrippen inprenten, begrippen die zij zelven van de H. Kerk ontvangen hebben. Later moeten zij die eerste opleiding laten voltooien in hooger onderricht en opvoeding, door de bedienaars der Kerk, of ten minste onder hun toezicht gegeven. De Staat echter moet de goede scholen bevorderen, ze ondersteunen, ja desnoods zelf scholen oprichten, doch daarin nog de zedelijke opvoeding aan het toezicht der Kerk overlaten.”

Over een verbod op kinderarbeid: “Onnoodig te betoogen dat de Staat het recht en den plicht heeft aan vrouwen en kinderen eenen arbeid te ontzeggen die buiten verhouding is met hunne krachten en hun tenger lichaam krenkt en verbrijzelt. Merken wij echter aan dat de Staat, met het vrouwen- en kinderwerk te verbieden, de verplichting op zich neemt het lot der werkende standen te verbeteren, zoodanig dat het bestaan van het huishouden door het dagloon der werkers gewaarborgd zij. Inderdaad, onderstel een gezin dat te kiezen heeft tusschen deze twee kwalen: ofwel gebrek lijden ofwel vrouw en kinderen laten gaan werken. Dit gezin heeft zeker het recht, dit laatste te verkiezen als het minste der twee kwalen en de Staat zou eene onrechtvaardigheid bedrijven met die familie tot het gebrek te willen veroordeelen.”

Over de scheiding tussen kerk en staat: “Is daarmee de onafhankelijkheid van den Staat te niet? Geenszins; immers de Staat is geen knecht die zijne taak van de Kerk ontvangt; hij moet aan de Kerk niet gaan vragen wat hij te doen heeft voor het volkswelzijn; om dit te weten moet hij zelf de noodwendigheden van zijn volk doorgronden. De Kerk zegt hem niet: ‘Maak zulke wet, veerdig zulken maatregel uit,’ neen, maar zij zegt hem: ‘In al uwe wetten en voorschriften moet gij den wil des grooten Wetgevers eerbiedigen; gij moet uwe onderdanen bestieren volgens de regels der rechtveerdigheid door Christus geleerd en door zijne Kerk voorgehouden.’”

Boeiende literatuur, voor wie even de tijd wilt nemen. Maar of de man echt een standbeeld moest krijgen naast ons gemeentehuis?

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.